![]() |
|
|||||||
| De website voor informatie over het gehoor | ||||||||
|
bijgewerkt: augustus 2010 Het afgelopen decennium is de ontwikkeling van hoortoestellen enorm snel gegaan. Na de introductie van de eerste digitale toestellen in de jaren 90 zijn er tal van geavanceerde technieken ten behoeve van hoortoestellen ontwikkeld. Recent is er wederom een grote stap gezet in de ontwikkeling van hoortoestellen, door deze razendsnel met elkaar te laten samenwerken. Laten we allereerst eens kijken naar de omgeving. In ons dagelijks leven worden we blootgesteld aan een grote verscheidenheid aan geluiden. Lage en ook juist hele hoge geluiden, die dan weer klinken alsof ze hard en van dichtbij komen, om vervolgens weer zacht te klinken en van ver weg lijken te komen. Ook onze luisteromgeving kan enorm variëren. De ene keer bevinden we ons in een rustige kleine ruimte, dan weer in een grote ruimte met galm of met veel mensen en geroezemoes, zoals bijvoorbeeld bij een receptie. Zo’n receptie behoort tot een van de situaties waar we te maken krijgen met een overweldigende brij aan geluiden. Een goed werkend gehoor zorgt in deze situatie, samen met onze hersenen, ervoor dat wij die grote variëteit aan geluiden kunnen waarnemen en zelfs in de meest moeilijke omstandigheden ons kunnen richten op de voor ons belangrijke geluiden zoals spraak. Waarom zijn juist situaties met rumoer en galm zo problematisch voor slechthorenden? Wanneer ons gehoor achteruit gaat, wordt niet alleen het waarnemen van geluiden , maar ook het uit elkaar halen van geluiden moeilijker. Hierdoor wordt het problematischer in lawaai en geroezemoes ons te richten op spraak en minder belangrijke geluiden (of stemmen) te negeren. Doordat de kleine haarcellen in het slakkenhuis defect zijn wordt het gehoor ongevoeliger voor geluiden. Tegelijkertijd wordt het moeilijker klanken uit elkaar te halen. Dit betekent dat hoortoestellen door alleen te versterken (al dan niet automatisch) niet het optimale uit de overgebleven gehoorcapaciteit halen. Bij het ontwerp van de nieuwste generaties hoortoestellen wordt permanent gezocht naar die technieken waarmee de slechthorende zo goed als mogelijk kan functioneren met zijn overgebleven gehoorcapaciteit èn wordt ervoor gezorgd dat deze toestellen zich automatisch aanpassen aan de ons omringende zeer onvoorspelbare omgeving. Voordat u na het lezen van dit verhaal met een te groot verwachtingspatroon naar uw arts, audioloog of audicien stapt een kanttekening: Wanneer gekozen wordt voor het meest geavanceerde hoortoestel wil dit zeker niet altijd zeggen dat hiermee ook weer 100% verstaan kan worden. De een zal weer uitstekend kunnen horen en verstaan ook in moeilijke situaties, voor de ander blijven situaties met rumoer nog steeds problemen veroorzaken. Afhankelijk van de schade in het oor, die helaas definitief is, is hier makkelijk of juist heel moeilijk voor te compenseren met een hoortoestel. Welke technieken worden in de nieuwste generatie hoortoestellen toegepast om zo optimaal te compenseren voor het gehoorverlies?
Het missen van zachte geluiden, zoals het ritselen van bladeren, het fluiten van vogels, maar ook het verstaan van de zachte medeklinkers, zoals de ‘m’ en de ‘n’ of de ‘b’ en de ‘p’ zijn de eerste signalen dat het gehoor achteruit gaat. Omdat de medeklinkers voor het belangrijkste deel bepalend zijn voor het verstaan, is de versterking van zachte geluiden van groot belang. Ook het horen van andere zachte geluiden draagt bij aan de kwaliteit van leven. Een van de problemen die optreden wanneer we ons gehoor deels verliezen, is dus dat we de zachte geluiden niet meer goed horen. De harde geluiden blijven, zeker bij beginnende en matige gehoorverliezen, nog prima hoorbaar. Het contrast tussen niets horen en dan weer veel horen zorgde vooral bij de traditionele hoortoestellen voor een hoop ongemak. Het is daarom erg belangrijk dat de geluidsversterking op een slimme manier wordt geregeld, zodat zachte geluiden weer hoorbaar worden, normale geluiden weer normaal klinken en harde geluiden wel hard, maar nooit te hard klinken. Hiervoor worden in de nieuwste generatie hoortoestellen verschillende vormen van automatische volumeregeling toegepast, ook wel compressiesystemen genoemd. Sommigen regelen heel snel en zijn instaat onderscheid te maken tussen klinkers en medeklinkers (syllabische compressie) anderen regelen veel trager en dienen als automatische volumeregeling om te compenseren voor tragere veranderingen in het volume van het binnenkomende signaal of veranderingen in omgeving. Welke techniek voor de slechthorende het meest optimaal hangt af van verschillende factoren. Zo spelen levensstijl, leeftijd en cognitieve factoren bij de kezue voor een bepaald merk en type hoortoestel een rol.
We horen spraak in sterk uiteenlopende omgevingen. Soms in een rustige omgeving zoals thuis, maar ook vaak in situaties met meer achtergrondlawaai zoals in een druk restaurant, in een bus of auto, of op een drukke receptie of verjaardag. Onze hersenen weten wat spraak is, maar hoe weet een hoortoestel dat? De nieuwste generatie hoortoestellen hebben hiervoor verschillende soorten technieken in huis om te bepalen wanneer en hoeveel van het lawaai onderdrukt moet worden. Met deze lawaaionderdrukkingstechnieken kan zowel in de lage, midden als hoge tonen lawaai afzonderlijk onderdrukt worden. Sommige hoortoestellen maken daarbij gebruik van stemherkenning om het systeem nog robuuster te laten werken, zodat lawaai onderdrukt wordt zonder dat dit ten koste gaat van de spraak.
Naast geavanceerde methoden om lawaai te onderdrukken, maken de nieuwste generatie hoortoestellen ook gebruik van meerdere microfoons. Hierdoor is het mogelijk stoorbronnen te onderdrukken, die bijvoorbeeld van achter of van opzij komen. De meest geavanceerde toestellen zijn zelfs in staat een stoorbron te onderdrukken die van plek veranderd en kunnen daarbij ook nog eens meerdere lawaaibronnen tegelijkertijd onderdrukken, wanneer deze zich in een ander frequentiegebied (toongebied) voordoen.
De meeste mensen kennen nog wel het irritante en voor de drager vaak genante gefluit (rondzingen) van de hoortoestellen van vroeger. Dit fluiten wordt ook wel feedback genoemd en wordt veroorzaakt wanneer het geluid dat uit het luidsprekertje komt weer terecht komt bij de microfoon en dit geluid weer bij het luidsprekertje enzovoort. Hierdoor gaat het hoortoestel binnen hele korte tijd fluiten. De huidige generatie hoortoestellen kennen zeer goede anti-fluitregelingen. Deze regelingen werken met een zelfde soort principe als anti-geluid. Nog voordat het toestel kan gaan fluiten, wordt een aan de fluittoon omgekeerd geluid aan het binnenkomende signaal toegevoegd zodat het fluiten automatisch en direct wordt uitgedoofd. Doordat deze systemen heel snel werken, kunnen de nieuwe generatie hoortoestellen ook opener worden aangepast. Vroeger was het, om feedback te voorkomen, nodig het oor zo goed als mogelijk af te sluiten. Dit leidde tot vervelende neveneffecten. De eigen stem ging onprettig klinken en de drager had een “opgesloten” gevoel. Door de toepassing kan de nieuwste anti-fluitsystemen kunnen hoortoestellen met een minimale afsluiting van het oor worden aangepast. Dit heeft als bijkomend voordeel dat geluiden van buiten het oor ook direct het trommelvlies kunnen bereiken. Dit geeft een natuurlijker geluidsbeeld.
In juni 2007 is er weer een nieuwe generatiehoortoestellen geïntroduceerd: hoortoestellen die bovenstaande eigenschappen laten samenwerken door onderling razendsnel informatie te delen. Niet alleen wordt informatie over de geluidssituatie van het linker en rechter hoortoestel met elkaar gedeeld, maar ook de beslissingsprocessen die de hoortoestellen maken. Hierdoor werken de hoortoestellen niet meer afzonderlijk van elkaar, maar werken ze als één geheel samen. De slechthorende krijgt zo een rijker geluidsbeeld aangeboden, kan beter lokaliseren waar geluiden vandaan komen en is verzekerd van een nog beter verstaan van spraak. De snelle dataoverdracht maakt het tevens mogelijk muziek en het signaal van de telefoon naar de hoortoestellen te sturen, waarmee de hoortoestellen worden getransformeerd in de kleinste headsets voorhanden op de markt. De slechthorende loopt op dit gebied cosmetisch gezien voor op de goedhorende.
Allereerst weet de slechthorende zich verzekerd van een toestel dat altijd op het juiste volume staat. De meeste toestellen hebben overigens ook nog de mogelijkheid met een volumeregelaar het volume iets bij te stellen. Het toestel geeft dus altijd de juiste versterking: meer voor zachtere geluiden van ver weg, een zachtere spreker of voor de zachte medeklinkers, terwijl voor geluiden van dichtbij, een luidere spreker of voor de hardere klinkers minder versterking wordt gegeven. Voor meer informatie over de nieuwste generatie hoortoestellen kunt u terecht bij een audicien bij u in de buurt. (klik hier om een audicien te vinden)
|
|||||||
|
||||||||
| Copyright HOorzaken 2000-20010. Alle rechten voorbehouden | ||||||||